ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8387
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn bij niet ambtshalve aanbod in vreemdelingenrecht
Verzoekster had op 4 april 2008 verzocht om toezending van de ‘minuut’ waarin de toetsing aan de pardonregeling was neergelegd. Deze ‘minuut’ werd op 29 april 2008 persoonlijk aan haar gezonden. Op 17 juli 2008 maakte zij bezwaar tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de pardonregeling.
De rechtbank overweegt dat de bezwaartermijn van vier weken, zoals bepaald in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, aanvangt bij de ondubbelzinnige kenbare handeling van toezending van de ‘minuut’. Verzoekster heeft de termijn overschreden door pas op 17 juli bezwaar te maken. Haar stelling dat de termijn pas op 3 december 2008 zou zijn aangevangen wordt verworpen.
Verzoeksters argument dat het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in de ‘minuut’ de termijnoverschrijding verschoont, wordt niet gevolgd. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat het ontbreken van rechtsmiddelenvoorlichting niet zonder meer leidt tot verschoonbaarheid.
De rechtbank concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tevens wordt het bezwaar op grond van artikel 78 Vreemdelingenwet Pro 2000 niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaarschriftprocedure geen andere uitkomst zal hebben.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.