ECLI:NL:RBSGR:2009:BG9646
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Mongolië
Eiseres, een Mongoolse vreemdeling, is op 29 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen de voortzetting van deze bewaring en verzocht om opheffing, met het argument dat er geen zicht is op uitzetting omdat zij weigert een verklaring van geen bezwaar te ondertekenen die de Mongolische autoriteiten verlangen voor het verstrekken van een laissez-passer.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Mongolische autoriteiten inderdaad een dergelijke verklaring verlangen, maar oordeelt dat het weigeren hiervan niet betekent dat er geen zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn. De ambassade is bereid een laissez-passer te verstrekken bij actieve en volledige medewerking van eiseres. De verklaring die eiseres moet afleggen gaat niet verder dan wat redelijkerwijs van haar kan worden verlangd binnen haar verplichting om Nederland te verlaten.
Verder blijkt uit het dossier dat er meerdere pogingen zijn gedaan om eiseres over te brengen voor nader gehoor in het kader van haar asielaanvraag, welke zij heeft ingediend. De rechtbank concludeert dat de voortzetting van de bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat het verzoek om schadevergoeding niet toewijsbaar is omdat de bewaring niet is opgeheven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.