ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1181
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Soedan binnen redelijke termijn
Eiser, ongedocumenteerd en in bewaring gesteld, stelde beroep in tegen de voortduring van zijn bewaring met het argument dat het zicht op uitzetting naar Soedan binnen een redelijke termijn ontbreekt. Verweerder stelde dat Soedanese autoriteiten medewerking verlenen aan gedwongen uitzettingen en dat er zicht is op uitzetting. De rechtbank vroeg nadere informatie over de lp-aanvragen en beslissingen bij Soedanese autoriteiten.
Uit de verstrekte gegevens bleek dat er geen betrouwbare inschatting kon worden gemaakt van de termijn waarbinnen een laissez passer wordt afgegeven, waardoor onvoldoende zicht bestaat op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het feit dat eiser geen medewerking verleent, deed hieraan niet af. De rechtbank oordeelde dat de voortduring van de bewaring sinds 28 november 2008 onrechtmatig is en beval de opheffing per 22 januari 2009.
Daarnaast werd aan eiser een schadevergoeding van €3.120 toegekend voor de periode vanaf het indienen van het beroep op 15 december 2008, gebaseerd op de richtlijn van €80 per dag in bewaring. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van €805. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en hij ontvangt een schadevergoeding van €3.120.