ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9344
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. van Es-de Vries
- E.M. de Stigter
- T.L. Fernig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij genocide in Rwanda
Eiser, een Rwandese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland maar werd geweigerd omdat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat hij betrokken was bij genocide op de Tutsi-bevolking in de provincie Kibuye in 1994. Verweerder baseerde dit op individuele ambtsberichten en onderzoek van de minister van Buitenlandse Zaken, die aannemelijk maakten dat eiser persoonlijk deelnam aan moordpartijen en het voorbereiden en aansturen daarvan.
Eiser voerde aan dat er geen concreet bewijs is en dat de strafzaak tegen hem nog loopt met tegenstrijdige getuigenverklaringen. De rechtbank oordeelde echter dat deze bezwaren onvoldoende zijn om te twijfelen aan de ambtsberichten. Ook het feit dat eisers moeder asiel heeft gekregen in Frankrijk doet hieraan niet af.
Daarnaast werd beoordeeld of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting. Hoewel er een reëel risico op verboden behandeling bestaat, was niet voldaan aan het duurzaamheidsvereiste omdat de asielaanvraag minder dan tien jaar geleden was gedaan. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering en intrekking van de verblijfsvergunning worden gehandhaafd wegens toepassing van artikel 1F en het niet voldoen aan het duurzaamheidsvereiste van artikel 3 EVRM.