ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0387
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M. de Stigter
- J.R. van Es-de Vries
- T.L. Fernig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag en artikel 8 EVRM
Eiser is ongewenst verklaard op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, waarbij verweerder het algemeen belang van de openbare orde zwaarder achtte dan het persoonlijk belang van eiser op het uitoefenen van zijn privé-leven in Nederland. De rechtbank bevestigt de bevoegdheid van verweerder en het vaste oordeel dat artikel 1F van toepassing is, waardoor een volledige herbeoordeling niet aan de orde is.
Eiser voerde aan dat zijn rechten op grond van artikel 3 en Pro 8 EVRM geschonden zouden zijn en dat hij niet correct is gehoord in de bezwaarprocedure. De rechtbank overweegt dat het eerdere oordeel omtrent artikel 3 EVRM Pro onherroepelijk is en dat de inbreuk op het privé-leven van eiser gerechtvaardigd is vanwege het algemeen belang van openbare orde.
De rechtbank oordeelt echter dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiser in de bezwaarprocedure, wat een schending van het hoorrecht oplevert. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het beroep inhoudelijk niet tot een ander resultaat kan leiden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht, met in stand blijvende rechtsgevolgen.