ECLI:NL:RVS:2008:BG3842
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring vreemdeling op grond van internationale betrekkingen en artikel 8 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling vernietigde. De vreemdeling was ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, dat bescherming ontzegt aan personen die ernstige misdrijven hebben gepleegd.
De Raad van State oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de inmenging in het gezinsleven van de vreemdeling gerechtvaardigd is in het belang van de openbare orde en veiligheid, mede vanwege het belang van de internationale betrekkingen van Nederland. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd en dat de Boultif-criteria ambtshalve en expliciet moesten worden toegepast.
De Raad benadrukt dat expliciete verwijzing naar de Boultif-criteria niet vereist is, mits op alle relevante omstandigheden wordt ingegaan. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij rekening is gehouden met het huwelijk van de vreemdeling en zijn gezinssituatie. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.