ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7738
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. van Lochem
- L.J.P. Lambooij
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opvang voor ongewenst verklaarde asielzoeker ondanks voorlopige voorziening
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, werd op 9 februari 2007 ongewenst verklaard en zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen wegens ernstige redenen. Hij verzocht om opvang op grond van artikel 3 van Pro de Wet COA, mede gesteund op een voorlopige voorziening die zijn uitzetting tijdelijk opschortte.
De rechtbank overweegt dat de Wet COA en de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 geen opvangrecht verlenen aan ongewenst verklaarde vreemdelingen. De voorlopige voorziening schort slechts de uitzetting tijdelijk op, maar niet de werking van de ongewenstverklaring die rechtmatig verblijf uitsluit.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser als asielzoeker in de zin van Europese richtlijnen moet worden aangemerkt, maar dat deze richtlijnen niet toestaan dat een ongewenst verklaarde vreemdeling recht op opvang heeft zolang hij niet rechtmatig verblijf heeft. Ook het beroep op het EVRM en medische omstandigheden faalt, omdat geen acute noodsituatie is aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvangaanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvangaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat een ongewenst verklaarde vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft en geen recht op opvang.