ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling aan aandeelhouder uit agioreserve belast als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang
Eiser, aandeelhouder en directeur van een B.V., ontving in 2001 een betaling uit de agioreserve van de vennootschap zonder schriftelijke vastlegging of statutenwijziging. De Belastingdienst nam deze betaling mee als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in de aanslag inkomstenbelasting 2001. Eiser stelde dat hij had gedwaald over de fiscale gevolgen en verzocht op grond van artikel 6:228 BW Pro om vernietiging van de aanslag.
De rechtbank oordeelde dat terugbetaling van agio volgens artikel 4.13 Wet IB 2001 tot reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang behoort. De gestelde dwaling leidde niet tot vernietiging van het besluit tot terugbetaling, mede omdat de notulen van de algemene vergadering geen geldige buitengerechtelijke verklaring vormden en de opschortende voorwaarde daaraan in de weg stond.
Verder werd een verzuimboete van €250 opgelegd wegens te late aangifte. Hoewel de redelijke termijn voor de uitspraak was overschreden, vond de rechtbank dat dit voldoende werd gecompenseerd door de vaststelling van de schending van artikel 6 EVRM Pro. Het beroep tegen de boete werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep van eiser af en bevestigde de belastingaanslag en boetebeschikking. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag en verzuimboete.