ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8819
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering en hoorrecht
Eiser werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67, lid 1, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en intrekking van zijn verblijfsvergunning. Eiser voerde onder meer aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 1(F) van toepassing bleef, dat de uitzettingsbelemmering duurzaam was en dat hij niet adequaat was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de bezwaren van eiser tegen de toepassing van artikel 1(F) ongegrond waren, mede gezien nieuwe uitspraken en beleidsstukken na de eerdere asielprocedure. Ook was de duurzaamheid van de uitzettingsbelemmering niet deugdelijk gemotiveerd, aangezien artikel 3 EVRM Pro vanaf de eerste asielaanvraag onafgebroken in de weg stond aan uitzetting en het beleid een periode van tien jaar als duurzaam aanmerkt.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser terecht stelde dat zijn bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld om hierover te worden gehoord, wat in strijd is met de hoor- en motiveringsplicht van de Awb. De belangenafweging omtrent het familie- en privéleven was wel toereikend gemotiveerd.
Gelet op deze motiveringsgebreken en het schenden van het hoorrecht werd het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet opnieuw beslissen op het bezwaar met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van het hoorrecht.