ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Sentrop
- E. Kouwenhoven
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- Rechtspraak.nl
Interpretatie verrekenbepaling proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke rechtsbijstand
De zaak betreft de interpretatie van artikel 32, derde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) in relatie tot proceskostenvergoedingen toegekend in bezwaar- en administratief beroepsprocedures. Eiser, een advocaat, stelde dat de proceskostenvergoeding die in deze procedures wordt toegekend, toekomt aan de belanghebbende (cliënt) en niet aan de advocaat zelf. De Raad voor Rechtsbijstand had echter de ontvangen proceskostenvergoeding in mindering gebracht op de vergoeding van de advocaat.
De rechtbank stelde vast dat verzoeken om proceskostenvergoeding ingevolge artikel 7:15 en Pro 7:28 van de Awb altijd namens de belanghebbende worden ingediend. De proceskostenvergoeding kan daarom niet aan de advocaat zelf toekomen, ongeacht de formulering in het dictum van het besluit op bezwaar of administratief beroep. De rechtbank oordeelde dat het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand, dat uitgaat van de tekst van het besluit om te bepalen aan wie de vergoeding toekomt, leidt tot willekeurige en onjuiste uitkomsten.
De rechtbank volgde niet de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die anders oordeelde, en verklaarde de beroepen van de advocaat gegrond. De bestreden besluiten werden vernietigd en de Raad voor Rechtsbijstand werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen conform deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de advocaat vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van het willekeurverbod en de correcte toepassing van wettelijke bepalingen omtrent proceskostenvergoedingen in bestuursrechtelijke procedures, waarbij de vergoeding toekomt aan de belanghebbende en niet aan de advocaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de verrekeningsbesluiten van de Raad voor Rechtsbijstand, waarbij proceskostenvergoedingen uitsluitend aan de belanghebbende toekomen.