ECLI:NL:RBROT:2013:CA3079
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten wegens onrechtmatig gebruik van telefoontaps als bewijs
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) legde boetes op aan eiseressen en eisers I en II wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet, gebaseerd op telefoontaps verkregen door de Rijksrecherche in een strafrechtelijk onderzoek naar ambtelijke corruptie. De telefoontaps werden door het Openbaar Ministerie (OM) aan de NMa verstrekt zonder een kenbare, toetsbare belangenafweging door de officier van justitie over het zwaarwegend maatschappelijk belang en de noodzaak van deze verstrekking.
De rechtbank oordeelt dat de telefoontaps kwalificeren als strafvorderlijke gegevens onder de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en dat het gebruik ervan aan strikte voorwaarden is gebonden. Omdat de NMa zelf niet bevoegd is tot het aftappen van telefoongesprekken en de officier van justitie geen gemotiveerde afweging heeft gemaakt, mocht de NMa deze gegevens niet gebruiken als bewijs in bestuursrechtelijke procedures.
Hierdoor is onvoldoende bewezen dat de overtreding van de Mededingingswet heeft plaatsgevonden. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en herroept de primaire boetebesluiten. Tevens wordt verweerster veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiseressen en eisers I en II.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetebesluiten wegens onrechtmatig gebruik van telefoontaps als bewijs.