ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting naar Griekenland
Verweerder legde op 29 mei 2009 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser met het oog op zijn uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Hij voerde aan dat uitzetting naar Griekenland niet mogelijk is vanwege uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en dat verweerder onvoldoende voortvarend is in de uitzettingsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de bewaring, die verband houden met de wijze van inreis en het ontbreken van een vaste verblijfplaats, voldoende waren en dat de procedure en tenuitvoerlegging van de maatregel in overeenstemming waren met de Vreemdelingenwet. De rechtbank stelde vast dat de claim bij de Griekse autoriteiten nog in behandeling was en dat er zicht op uitzetting bestaat. Ook werd geoordeeld dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door tijdig een Dublinclaim in te dienen.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding, omdat geen sprake was van strijdigheid met de wet of onredelijkheid. Tevens werd opgemerkt dat de interim measures van het EHRM betrekking hebben op individuele gevallen en dat eiser geen beroep op het gelijkheidsbeginsel aannemelijk had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel van bewaring bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.