ECLI:NL:RVS:2008:BC3231
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen op basis van de Dublinverordening, waarbij Griekenland als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. De rechtbank had het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het in beginsel op de vreemdeling rust om concrete feiten en omstandigheden aan te dragen waaruit blijkt dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen. De aangevoerde rapporten en brieven, waaronder van Amnesty International en Vluchtelingenwerk, bevatten onvoldoende concrete aanwijzingen om de presumptie van naleving door Griekenland te doorbreken.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor nader onderzoek door de staatssecretaris en het interstatelijk vertrouwensbeginsel bleef van toepassing. De staatssecretaris handelde derhalve rechtmatig door de asielaanvraag af te wijzen en de vreemdeling over te dragen aan Griekenland.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.