ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0617
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Verweerder stelde eiser op 12 juni 2009 in vreemdelingenbewaring met het oog op uitzetting. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank overwoog dat verweerder gelet op een eerdere uitspraak van 8 mei 2009, waarbij een voorlopige voorziening was getroffen dat eiser niet mocht worden uitgezet tot vier weken na een nieuwe beslissing op bezwaar, in redelijkheid had moeten afzien van de bewaring.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor bewaring, zoals het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en eerdere ongeoorloofde verblijf, voldoende waren, maar dat de toepassing van de maatregel onrechtmatig was omdat eiser zijn bezwaarprocedure mocht afwachten zonder vrijheidsberoving. Verweerder had geen bijzondere omstandigheden gesteld die de bewaring rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 23 juni 2009 en kende een schadevergoeding toe van €955,- voor elf dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten van €644,- aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter K.J. Veenstra op 23 juni 2009.
Uitkomst: De rechtbank heeft de onrechtmatige vreemdelingenbewaring opgeheven en een schadevergoeding van €955,- toegekend.