ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1520
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang en standstillbepaling
Verzoeker, een Turkse vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning aan voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet werd voldaan aan het criterium van het wezenlijk Nederlands belang, een vereiste voor deze vergunning. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat het beleid niet in overeenstemming was met de standstillbepaling uit het Aanvullend Protocol van 1970, die nieuwe beperkingen op vrijheid van vestiging en dienstverlening tussen de EEG en Turkije verbiedt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het criterium wezenlijk Nederlands belang al sinds 1 januari 1973 geldt en inhoudelijk niet anders wordt toegepast dan destijds. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het beleid thans strenger is dan in 1973. Het mvv-vereiste kon aan verzoeker worden tegengeworpen nadat was vastgesteld dat niet aan de voorwaarden voor de vergunning werd voldaan.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beleid van verweerder een redelijke invulling geeft aan het criterium en dat het standpunt van verweerder om de aanvraag af te wijzen op goede gronden berust. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.