ECLI:NL:RBSGR:2008:BG1902
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- A. van ’t Laar
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het criterium wezenlijk Nederlands belang bij zelfstandige arbeid in vreemdelingenrecht
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet werd aangetoond dat met de zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang werd gediend. Eiser stelde dat het criterium getoetst moest worden aan de situatie van 1 januari 1973, de datum van het Aanvullend Protocol, en dat het huidige beleid strenger zou zijn dan destijds.
De rechtbank stelde vast dat het criterium van wezenlijk Nederlands belang reeds in 1973 bestond en inhoudelijk vergelijkbaar is met de huidige invulling, namelijk dat de vreemdeling een positieve bijdrage aan de Nederlandse economie moet leveren door in een behoefte te voorzien die nog niet voldoende wordt gedekt. Het beleid is een noodzakelijke invulling van deze open norm en mag aangepast worden aan de actuele economische situatie, mits dit niet leidt tot strengere toepassing dan in 1973.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht het beleid toepaste zoals dat gold ten tijde van het bestreden besluit en niet verplicht was het nieuwe beleid van de Minister van Economische Zaken toe te passen, dat pas later in werking trad. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het huidige beleid strenger of anders werd toegepast dan in 1973.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning voor zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.