ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2237
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Kerstens-Fockens
- H.J.M. Baldinger
- E.H. de Jong-van Dooijeweert
- Rechtspraak.nl
Verblijfsrecht ongehuwde partner van in Nederland en Duitsland woonachtige Nederlander onder Verblijfsrichtlijn
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een bewijs van rechtmatig verblijf op grond van de Verblijfsrichtlijn vanwege haar relatie met een Nederlander (referent) die zowel in Nederland als Duitsland woont en werkt. Verweerder heeft het oorspronkelijke besluit tot afwijzing ingetrokken kort voor de zitting, maar de rechtbank oordeelt dat eiseres procesbelang heeft bij vernietiging van het ingetrokken besluit op grond van het algemene rechtsbeginsel van effectieve rechtsbescherming.
De rechtbank stelt vast dat artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000 richtlijnconform moet worden uitgelegd en ook ziet op een Nederlander die zich begeeft naar of verblijft in een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit. Hierdoor kan de partner van een in Nederland en Duitsland woonachtige Nederlander onder omstandigheden rechten ontlenen aan artikel 8.13 van het Vb 2000. Referent is werknemer bij een Duitse B.V. en voldoet aan de voorwaarden voor het ontlenen van rechten aan de Verblijfsrichtlijn.
De rechtbank vernietigt het besluit van 31 juli 2008 wegens motiveringsgebrek en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Eiseres wordt verblijfsrecht toegekend en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken het bewijs van rechtmatig verblijf te verstrekken. Het verzoek om een terugkeervisum wordt afgewezen omdat dit onder de bevoegdheid van de Minister van Buitenlandse Zaken valt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden wordt aangewezen voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Eiseres krijgt verblijfsrecht toegekend als ongehuwde partner en verweerder moet binnen twee weken bewijs van rechtmatig verblijf verstrekken.