ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9814
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring en SIS-signalering wegens onvoldoende toetsing openbare orde onder gemeenschapsrecht
Eiser, ongewenst verklaard in Nederland en gehuwd met een Nederlandse echtgenote die sinds 2008 in België woont, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring en de bijbehorende SIS-signalering. Verweerder wees dit af met het argument dat eiser zijn gemeenschapsrechten alleen in België kan doen gelden en dat Nederland niet verplicht is de signalering op te heffen zolang België geen verblijfsrecht verleent.
De rechtbank oordeelt dat eiser en zijn echtgenote onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2004/38 vallen en dat Nederland een zelfstandige plicht heeft om te toetsen of eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. Deze toets mag niet worden uitgesteld tot het moment dat België een verblijfsverzoek behandelt of dat eiser zich aan de grens meldt.
Verweerder heeft deze toets nagelaten, waardoor het besluit onvoldoende is gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 van Pro de Awb. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de besluiten en beveelt verweerder binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot handhaving van de ongewenstverklaring en SIS-signalering en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van het gemeenschapsrechtelijke openbare-ordecriterium.