ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing Verblijfsrichtlijn bij ongewenstverklaring vreemdeling woonachtig in andere lidstaat
Eiser, een vreemdeling gehuwd met een Nederlandse, woont samen met zijn echtgenote in België en is ongewenst verklaard in Nederland. Hij verzocht om opheffing van deze ongewenstverklaring. Verweerder stelde dat eiser geen rechten kon ontlenen aan de Verblijfsrichtlijn omdat hij en zijn echtgenote in België verblijven en geen aanvraag tot toelating in Nederland hadden ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het begrip begunstigden in de Verblijfsrichtlijn ruimer is dan de nationale regeling in artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De richtlijn is ook van toepassing op vreemdelingen die in een andere lidstaat verblijven dan die waarvan hun echtgenoot de nationaliteit bezit. De rechtbank stelde dat verweerder de toetsing aan het openbare ordecriterium niet mag uitstellen tot het moment van terugkeer naar Nederland.
Verder benadrukte de rechtbank het beginsel van effectieve werking van het gemeenschapsrecht en verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie, waaronder het arrest Commissie tegen Spanje. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht, en het bestreden besluit werd vernietigd met de opdracht tot een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.