ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4446
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over recht op WW-uitkering en overschrijding redelijke termijn
Eiser, voormalig zelfstandig ondernemer, heeft na beëindiging van zijn werkzaamheden bij het bedrijf van zijn buurman een WW-uitkering aangevraagd, die door verweerder is geweigerd. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken het besluit van verweerder vernietigd wegens onvoldoende feitenonderzoek en heeft verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Verweerder heeft het onderzoek echter niet adequaat uitgevoerd en het bezwaar van eiser opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet heeft voldaan aan de onderzoeksplicht en dat het civiele vonnis waarop verweerder zich beroept geen nieuw feit vormt dat een afwijking rechtvaardigt.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak door verweerder met anderhalf jaar overschreden, waarvoor de rechtbank verweerder veroordeelt tot een immateriële schadevergoeding van €1.500. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen; tevens is een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.