ECLI:NL:GHSGR:2009:BH3856
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.A. Boele
- A.V. van den Berg
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Toekenning melkquotum en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak vordert appellant toekenning van een extra melkquotum en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de Staat, waaronder overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De procedure begon met een aanvraag in 1984, waarna meerdere bestuursrechtelijke en civiele procedures volgden. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 1994 dat het CBb destijds niet als onafhankelijke rechter kon worden beschouwd.
Het hof bevestigt dat de rechtsgang bij het CBb niet onrechtmatig was, ondanks tekortkomingen volgens artikel 6 EVRM Pro, zolang een latere rechtsgang wel aan die eisen voldoet. De Staat heeft de overschrijding van de redelijke termijn niet tijdig kunnen voorkomen, waardoor appellant recht heeft op immateriële schadevergoeding. Het hof stelt de redelijke termijn op zes jaar, terwijl de procedure ruim dertien jaar heeft geduurd na aftrek van vertragingen die aan appellant kunnen worden toegerekend.
De minister heeft volgens het hof terecht besloten het extra melkquotum te weigeren, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat investeringsverplichtingen vóór 1 maart 1984 waren aangegaan. Het hof wijst de schadevergoeding toe voor immateriële schade wegens termijnoverschrijding en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €16.250 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en verdere vergoeding op te maken bij staat; weigering extra melkquotum is niet onrechtmatig.