ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep asielzoeker uit Irak gegrond verklaard wegens onvoldoende onderzoek bescherming autoriteiten
Eiser, een asielzoeker uit Irak, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen bescherming van de autoriteiten kon verkrijgen en omdat zijn reisdocumenten ontbraken. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet eerst had onderzocht of in Irak in het algemeen bescherming wordt geboden, zoals vereist volgens jurisprudentie van de ABRS.
Eiser had geloofwaardige feiten aangevoerd over dreigbrieven, ontvoeringen en moord binnen zijn familie, en stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden voor Amerikanen een verhoogd risico liep. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de bescherming van autoriteiten in Irak beschikbaar zou zijn, en dat het besluit in strijd was met de Awb.
Ook werd overwogen dat de situatie in Centraal-Irak mogelijk een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld betrof, waardoor subsidiarische bescherming van toepassing kon zijn. Verweerder had dit onvoldoende onderzocht en gemotiveerd. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van deze overwegingen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 12 februari 2009 vernietigd; verweerder dient opnieuw te beslissen.