ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8427
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM
Eiser, een vreemdeling van Iraanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Eiser voerde onder meer aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals gezondheidsklachten, bekering tot het christendom en het duurzaamheidvereiste van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangen van eiser voldoende zorgvuldig had betrokken en dat de ongewenstverklaring niet disproportioneel was. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte niet had getoetst aan het beleid zoals neergelegd in paragraaf A5/2 van de Vreemdelingencirculaire 2000, omdat verweerder zich had gebaseerd op een nog niet van toepassing zijnd beleid uit 2008.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit van 16 juli 2008, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten dient te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.