ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0250
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat Staat niet met vereiste voortvarendheid Dublinclaim heeft gelegd bij grensdetentie
Eiser, een Ugandese nationaliteit, werd in grensdetentie gehouden op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 met het voornemen hem via een Dublinclaim naar Groot-Brittannië te verwijderen. De rechtbank stelt dat bij vrijheidsontneming met betrekking tot een Dublinclaim de overheid met due diligence moet handelen om onnodige verlenging van de detentie te voorkomen.
In deze zaak duurde het negen dagen voordat het dossier na het besluit tot het leggen van de Dublinclaim werd overgedragen aan bureau Dublin. Verweerder gaf als reden dat de koeriersdienst slechts eenmaal per week dossiers ophaalt. De rechtbank oordeelt dat deze vertraging niet voldoet aan de vereiste voortvarendheid.
Hoewel eiser ook een beroep deed op traumatische ervaringen en mishandeling in Uganda, vond de rechtbank het grensbewakingsbelang zwaarder en achtte het beroep op het traumatabeleid onvoldoende om de detentie te beëindigen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring en veroordeelt de Staat tot vergoeding van €530,- schadevergoeding en betaling van de proceskosten van €644,- aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens gebrek aan due diligence bij het leggen van de Dublinclaim en beveelt onmiddellijke opheffing van de grensdetentie met schadevergoeding.