ECLI:NL:RVS:2010:BN2267
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voortvarendheid bij vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die oordeelde dat de minister niet met de vereiste voortvarendheid had gehandeld bij het opleggen en laten voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De vrijheidsontnemende maatregel is bedoeld om te voorkomen dat een vreemdeling toegang krijgt tot Nederland en het Schengen-gebied. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de minister met "due diligence" heeft gehandeld bij het overdragen van het dossier aan het Bureau Dublin, wat negen dagen duurde. De rechtbank had geoordeeld dat de minister niet voortvarend had gehandeld, mede vanwege de wachttijd bij de koeriersdienst.
De Raad van State overweegt dat bij toepassing van artikel 6 Vw Pro 2000 niet altijd direct handelingen hoeven te worden verricht om het vertrek te faciliteren, maar zodra de minister daartoe overgaat, moet hij voortvarend handelen. Gelet op het totaal van de verrichte handelingen acht de Raad het handelen van de minister voldoende voortvarend. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij de vrijheidsontnemende maatregel wordt gehandhaafd.