ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4072
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring na twaalf maanden zonder bijzondere omstandigheden
Eiser verbleef van 14 november 2008 tot 4 november 2009 in vreemdelingenbewaring met het oog op uitzetting. Na weigering van toegang door de Irakese autoriteiten werd hij op 6 november 2009 opnieuw in bewaring gesteld. De rechtbank houdt rekening met de eerdere bewaringstermijn, waardoor de totale duur op twaalf maanden komt.
Volgens jurisprudentie en beleidsuitgangspunten weegt na zes maanden het belang van de vreemdeling om vrijgelaten te worden zwaarder dan het belang van de staat om bewaring voort te zetten. Na twaalf maanden dient de belangenafweging vrijwel altijd in het voordeel van de vreemdeling uit te vallen, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De rechtbank stelt vast dat eiser ongewenst is verklaard en het onderzoek naar zijn identiteit of nationaliteit frustreert, maar dat dit geen reden is om de bewaring langer dan twaalf maanden voort te zetten. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken en er is geen concrete datum voor uitzetting voorzien. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en de bewaring opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank heeft de bewaring opgeheven na twaalf maanden omdat geen bijzondere omstandigheden de voortzetting rechtvaardigen.