ECLI:NL:RVS:2009:BK1633
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij inbewaringstelling na mislukte uitzetting vreemdeling
De zaak betreft een vreemdeling die na een mislukte uitzetting naar Guinee opnieuw in vreemdelingenbewaring is gesteld. De rechtbank had de bewaring opgeheven omdat zij oordeelde dat de duur van de bewaring acht maanden bedroeg en dat de vrijheidsontnemende maatregel niet gerechtvaardigd was. De staatssecretaris stelde dat de bewaring niet aaneensluitend was en dat er zicht was op een hernieuwde uitzetting.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat bij de belangenafweging de duur van de vorige bewaring, het tijdsverloop tussen de bewaringen en de medewerking van de vreemdeling aan vertrek moeten worden betrokken. De maatregel van 12 juli 2009 was niet aansluitend op de vorige, waardoor de bewaring niet acht maanden duurde. Daarnaast was er een gepland gesprek tussen de Dienst Terugkeer en Vertrek en Guinese autoriteiten over terugkeer.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen grond voor schadevergoeding en ook geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde woog zwaarder dan het persoonlijk belang van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.