ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Bijloo
- D.S.M. Bak
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning pleegkind wegens ontbreken aanvaardbare toekomst in land van herkomst
Eiseres 1, een minderjarig kind uit de Democratische Republiek Congo, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als pleegkind bij eiseres 2, die in Nederland verblijft. De aanvraag werd door verweerder afgewezen op grond dat eiseres 1 in haar land van herkomst geen onaanvaardbare toekomst heeft, zoals vereist in artikel 3.28 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eisers maakten bezwaar en stelden onder meer dat de beoordeling onjuist was, dat er sprake was van een positieve verplichting op grond van artikel 8 EVRM Pro om verblijf toe te staan, en dat het IVRK rechten verleende tot verblijf. De rechtbank overwoog dat verweerder zijn beoordelingsvrijheid met voldoende motivering had uitgeoefend en dat de huidige situatie en verwachtingen omtrent de toekomst in het land van herkomst toereikend waren meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat geen objectieve belemmering bestond om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen, ondanks de hoge kosten en afstand. Het beroep op het IVRK werd verworpen omdat deze verdragsbepalingen geen direct toepasbare verblijfsrechten bevatten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning voor het pleegkind is ongegrond verklaard.