ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9034
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. de Loor-Alwin
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Beperking heffingsrente wegens vertraagde oplegging voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Eiseres verkocht aandelen met een aanmerkelijk belang en behaalde een vervreemdingsvoordeel van ruim €41,9 miljoen. Haar adviseur verzocht om een voorlopige aanslag, die door verweerder op 10 november 2006 werd opgelegd met heffingsrente vanaf 1 juli 2006. Eiseres betwistte de termijn waarover de heffingsrente werd berekend en stelde dat de aanslag eerder had moeten worden opgelegd conform het beleid van de Staatssecretaris.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke fictie van gelijke verdeling van het inkomen over het jaar een redelijke balans vormt tussen individueel en algemeen belang. De door eiseres aangevoerde schending van het eigendomsrecht werd verworpen. Wel stelde de rechtbank vast dat de voorlopige aanslag niet binnen een redelijke termijn, te weten zes weken, was opgelegd, maar pas na tien weken. Dit was in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de heffingsrente beperkt tot de periode van 1 juli tot 13 oktober 2006. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het vonnis benadrukt het belang van voortvarende behandeling van verzoeken om voorlopige aanslagen.
Uitkomst: De heffingsrente wordt beperkt tot het tijdvak van 1 juli 2006 tot 13 oktober 2006 wegens te late oplegging van de voorlopige aanslag.