ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1260
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.A.J. Kroon
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en tijdvak heffingsrente bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende verkocht op 30 augustus 2006 aandelen met een vervreemdingsvoordeel van ruim € 41,9 miljoen. De Inspecteur legde op 10 november 2006 een voorlopige aanslag op met heffingsrente berekend vanaf 1 juli 2006 tot 10 november 2006.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en beperkte de heffingsrente tot het tijdvak van 1 juli 2006 tot 13 oktober 2006. Zowel de Inspecteur als belanghebbende gingen in hoger beroep, waarbij het Hof de uitspraak van de rechtbank bevestigde.
Het Hof oordeelde dat de wettelijke berekeningsmethode van heffingsrente niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, ook niet op individueel niveau, ondanks de aanzienlijke rente. Verder stelde het Hof dat de Inspecteur niet voortvarend genoeg had gehandeld bij het opleggen van de voorlopige aanslag, waardoor de rente niet over de volledige periode in rekening mag worden gebracht.
Ten slotte verwierp het Hof het beroep van belanghebbende op willekeur en ongelijkheidsbehandeling, omdat de bijzondere situaties waarin heffingsrente wordt beperkt niet vergelijkbaar zijn met haar geval.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en beperkt de heffingsrente tot het tijdvak van 1 juli 2006 tot 13 oktober 2006.