ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9073
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- G.J. van Leijenhorst
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op waardemutaties van earnoutvordering bij verkoop aandelen
Eiseres verkocht in 2001 haar aandelen in [E] B.V. waarbij de koopprijs deels afhankelijk was van de geconsolideerde omzet en winst van de verkochte deelneming en bepaalde dochtermaatschappijen, alsmede van de geconsolideerde winst van de koper en haar vennootschappen. Eiseres nam een vordering op de koper op de balans op en waardeerde deze af in het jaar van verkoop.
De rechtbank oordeelde dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op de waardemutaties van deze vordering, omdat deze niet rechtstreeks samenhangen met de waarde van de vervreemde aandelen. De oude schattingsjurisprudentie, waaronder het arrest BNB 1993/180, blijft van toepassing. De koppeling van de vordering aan de winst van de verkochte deelneming is niet gelijk te stellen met de in dat arrest bedoelde afhankelijkheid.
Verder stelde de rechtbank vast dat voor zover de koopprijs afhankelijk is van de geconsolideerde winst van de vennootschappen van de koper, de deelnemingsvrijstelling evenmin van toepassing is, omdat geen deelnemingsverhouding tussen eiseres en die vennootschappen is vastgesteld. Partijen bereikten overeenstemming over de waarde van de vordering op €1.300.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde het verlies van het jaar 2004 vast op €742.221.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het vonnis in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het beroep tegen de aanslag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanslag nihil was vastgesteld en geen belang bij beroep bestond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor de verliesbeschikking en stelt het verlies vast op €742.221, terwijl het beroep tegen de aanslag niet-ontvankelijk wordt verklaard.