ECLI:NL:HR:2000:AA5549
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over verrekening verlies en winstgarantie bij aandelenverkoop
Belanghebbende, houdster van alle aandelen in A B.V., verkocht deze aandelen in 1992 aan C N.V. De koopprijs was onder meer gebaseerd op een winstgarantie van 15 miljoen gulden voor het boekjaar 1992. De werkelijke winst bleek echter aanzienlijk lager, waarna partijen in 1993 een dadingsovereenkomst sloten waarbij belanghebbende een bedrag van 5 miljoen gulden betaalde, inclusief een bijdrage van 500.000 gulden voor juridische kosten.
De Inspecteur corrigeerde de vennootschapsbelastingaanslag over 1990 door een verlies van bijna 5,9 miljoen gulden te verminderen met het bedrag van 3,84 miljoen gulden en de juridische kosten van 500.000 gulden. Het Hof bevestigde deze correcties en kwalificeerde de bedragen als negatieve voordelen uit deelneming.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen de waarde van de garantie op het moment van verkoop en de latere verplichtingen die daaruit voortvloeien. De latere betalingen behoren niet automatisch tot negatieve voordelen uit deelneming. Ook de juridische kostenbijdrage moeten anders worden beoordeeld. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatiegeding en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.