ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9783
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens relevante wijziging recht en nieuw gebleken feiten
Eiser heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 28 van Pro de Vw 2000, die telkens werd afgewezen. In de huidige procedure betoogt eiser dat er sprake is van een relevante wijziging van het recht en nieuw gebleken feiten (nova) die een herbeoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat artikel 15c van de Definitierichtlijn niet als relevante wijziging van het recht geldt, omdat de bescherming reeds wordt geboden door artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Wel is vastgesteld dat de verslechterde veiligheidssituatie in Ivoorkust een rechtens relevant novum vormt voor de categorie van totaalgeweldsituaties, waardoor de eerdere beslissing niet zonder meer kan worden gehandhaafd.
Verder is vastgesteld dat eiser terecht de Ivoriaanse nationaliteit heeft gesteld, ondersteund door authentieke documenten en onderzoeken. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, omdat verweerder niet op de nova is ingegaan.
Ook is een relevante wijziging van het recht vastgesteld door de invoering van een beleid van categoriale bescherming voor asielzoekers uit Ivoorkust na het eerdere besluit. Hierdoor is het besluit op de d-grond van artikel 29 van Pro de Vw 2000 eveneens onzorgvuldig genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.