ECLI:NL:RBSGR:2009:BM8181
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende medische noodsituatie bij uitzetting naar Angola
Eisers, van Angolese nationaliteit, vroegen om een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werden afgewezen. Na diverse medische adviezen en rapporten, waaronder van het Bureau Medische Advisering (BMA) en een psychiater, werd geoordeeld dat eiseres weliswaar ernstige psychische klachten heeft, waaronder hevige suïcidaliteit, maar dat er geen sprake is van een ongeneeslijke ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium.
De rechtbank overwoog dat speculaties over een mogelijke toekomstige verslechtering van de gezondheidstoestand onvoldoende zijn om een schending van artikel 3 EVRM Pro aan te nemen. Hoewel de suïcidaliteit ernstig is, blijft het risico op overlijden bij uitzetting speculatief. De medische rapporten bevestigen dit standpunt.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat alleen bij een vergevorderde en direct levensbedreigende ziekte uitzonderlijke omstandigheden kunnen leiden tot bescherming tegen uitzetting.
Gelet hierop en de medische adviezen concludeert de rechtbank dat eisers niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische noodsituatie.