ECLI:NL:RVS:2009:BJ4753
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen uitzonderlijke omstandigheden voor verblijfsvergunning op medische gronden
De staatssecretaris van Justitie wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af op basis van een BMA-advies waarin werd geconcludeerd dat er geen sprake was van een ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium. De rechtbank oordeelde echter dat het BMA-advies onvoldoende uitsluitsel gaf en dat een brief van een behandelaar die een verhoogd suïciderisico signaleerde, een concreet aanknopingspunt vormde voor twijfel aan het advies.
De Raad van State stelde vast dat het antwoord 'niet van toepassing' op de vraag of sprake was van een vergevorderd en levensbedreigend stadium, in combinatie met de mededeling dat bij het uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan, duidelijk maakte dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren. Tevens werd geoordeeld dat speculaties over mogelijke toekomstige verslechteringen onvoldoende zijn om een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro aan te nemen.
De brief van 4 mei 2007 en latere brieven van psychiaters bevatten geen wezenlijk nieuwe informatie die het BMA-advies ondermijnt. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat een nieuw BMA-advies had moeten worden gevraagd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.