ECLI:NL:RBSGR:2010:BK9964
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging tot voorlopig verblijf op onjuiste wettelijke grondslag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinsvorming. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 2.9 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), vanwege een aanhoudingsbevel en signalering in het opsporingsregister.
De rechtbank stelt vast dat artikel 3 Vw Pro betrekking heeft op de feitelijke toegang tot Nederland en niet op de afgifte van een mvv. De weigeringsgronden voor een mvv zijn gelijk aan die van een verblijfsvergunning, waarvoor een veroordeling vereist is. Het enkele feit van een aanhoudingsbevel en signalering is onvoldoende om een mvv te weigeren.
Daarom oordeelt de rechtbank dat verweerder de weigering van de mvv heeft gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag. Het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de mvv wegens onjuiste wettelijke grondslag en draagt op tot hernieuwde beoordeling.