ECLI:NL:RBSGR:2010:BL5737
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek verlies op vordering Nederlandse BV door Belgische inwoner op grond van belastingverdrag
Eiser, woonachtig in België, had een vordering van circa ƒ 12.750.000 op een Nederlandse BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft. In 2001 waardeerde hij deze vordering af met ƒ 1.600.000 en wilde dit verlies als negatief resultaat uit overige werkzaamheden aftrekken van zijn binnenlandse inkomen.
De inspecteur stelde echter het belastbaar inkomen uit werk en woning voor 2001 op nihil vast en weigerde de aftrek van het verlies te accepteren. De rechtbank moest beoordelen of het verlies onder de Nederlandse belastingheffing viel of uitsluitend in België belastbaar was op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België.
De rechtbank oordeelde dat het verlies niet valt onder de inkomensbestanddelen genoemd in de artikelen 6 tot en met 21 van het verdrag, maar onder artikel 22, dat bepaalt dat dergelijke inkomsten alleen in de woonstaat belastbaar zijn. Omdat eiser in België woont en niet heeft gekozen voor binnenlandse belastingplicht, kan hij het verlies niet in Nederland aftrekken.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt de toepassing van het belastingverdrag en de toewijzing van heffingsbevoegdheid aan de woonstaat bij grensoverschrijdende vermogenswinsten en -verliezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verlies op de vordering is niet aftrekbaar van het binnenlandse inkomen.