ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs vrijwillig vertrek China
Verzoekster, een Chinese nationaliteit bezittende vreemdeling, vroeg op 8 december 2008 een verblijfsvergunning aan op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij buiten haar schuld niet uit Nederland kon vertrekken. Verweerder wees haar aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen deze beslissing.
De voorzieningenrechter onderzocht of het beleid omtrent vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken, zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000, correct werd toegepast. Verweerder stelde dat Chinese autoriteiten documenten, waaronder Laissez Passers, afgeven aan vreemdelingen die vrijwillig vertrekken en hun juiste persoonsgegevens verstrekken. Verzoekster kon dit niet overtuigend weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet voldeed aan haar bewijslast om aan te tonen dat zij buiten haar schuld niet kon vertrekken, mede omdat zij onvoldoende had aangetoond dat de Chinese autoriteiten geen reisdocumenten verstrekken. Ook werd gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om medewerking te zoeken van de autoriteiten en DT&V. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat verzoekster buiten haar schuld niet kan vertrekken.