ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8014
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Somaliland
Eiser is op 16 februari 2010 in bewaring gesteld en betwist dat er zicht is op zijn uitzetting naar Somaliland. Hij voert aan dat het Memorandum of Understanding (MoU) tussen Nederland en Somaliland niet openbaar is gemaakt en daardoor geen rechtskracht heeft, en dat de autoriteiten van Somaliland tot aan de presidentsverkiezingen in april 2010 niet meewerken aan gedwongen uitzetting.
De rechtbank overweegt dat eiser mogelijk rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad, maar dat het aan hem is dit aan te tonen. Verweerder onderzoekt nog het verblijfsrechtelijke verleden van eiser. Het MoU is niet openbaar gemaakt, maar de rechtbank oordeelt dat internationale bepalingen niet verplichten tot openbaarmaking aan individuen. Ook zonder openbaarmaking acht de rechtbank het aannemelijk dat er zicht is op uitzetting.
De brief van verweerder van 7 januari 2010 waarin wordt gesteld dat de autoriteiten van Somaliland niet meewerken tot aan de presidentsverkiezingen, leidt niet tot het oordeel dat zicht op uitzetting ontbreekt. De verkiezingen kunnen doorgaan en daarna kan uitzetting binnen redelijke termijn plaatsvinden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens.
De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is en niet onredelijk is. Er is geen grond voor schadevergoeding en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.