ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1545
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering bij strafmaatvergelijking in ongewenstverklaring vreemdeling
Eiser, een vreemdeling met een verblijfsvergunning asiel, werd ongewenst verklaard nadat hij in Portugal veroordeeld was tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar wegens drugssmokkel. Verweerder baseerde de strafmaatvergelijking op een advies van de Officier van Justitie (OvJ) over de te verwachten straf in Nederland. De rechtbank stelt vast dat dit advies onvoldoende inzicht geeft in de daadwerkelijke strafmaat die een Nederlandse rechter zou opleggen, omdat het niet is gebaseerd op jurisprudentie of richtlijnen zoals LOVS-afspraken.
De rechtbank benadrukt dat het beleid van verweerder, dat uitsluitend de strafeis van de OvJ als maatstaf neemt, niet in overeenstemming is met artikel 3.86, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat vereist dat de strafmaatvergelijking zorgvuldig en op objectieve gronden plaatsvindt. Verweerder had een bredere en meer onderbouwde inschatting moeten maken, mede gelet op de ingrijpende gevolgen van de ongewenstverklaring.
Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder alsnog heeft beslist.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de strafmaatvergelijking.