ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2837
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning op grond van Pardonregeling ondanks uitleveringsverzoek
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet verstrekken van een verblijfsdocument op grond van de Pardonregeling. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, stellende dat het niet verlenen van de vergunning een ambtshalve beoordeling betreft zonder beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat het uitblijven van afgifte van het verblijfsdocument een bestuurlijke handeling is waartegen bezwaar mogelijk is en verklaart het bezwaar ontvankelijk.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de zaak inhoudelijk. Verweerder heeft een aanbod gedaan op grond van de Pardonregeling, dat een toezegging inhoudt om een verblijfsvergunning te verlenen nadat aan voorwaarden is voldaan. Eiser heeft aan deze voorwaarden voldaan. Verweerder stelde dat een uitleveringsverzoek van Kroatië en een vermeend gevaar voor nationale veiligheid belemmeringen vormen voor verlening. De rechtbank oordeelt dat het uitleveringsverzoek en de toelaatbaarheid daarvan geen concrete aanwijzingen zijn voor gevaar voor nationale veiligheid en dat verweerder geen andere concrete aanwijzingen heeft gegeven.
De rechtbank concludeert dat verweerder gehouden is de verblijfsvergunning te verlenen en het verblijfsdocument te verstrekken met ingang van 15 juni 2007. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 28 april 2010.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de verstrekking van het gevraagde verblijfsdocument aan eiser met ingang van 15 juni 2007 en veroordeelt verweerder in proceskosten.