ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6214
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigenwoningregeling bij verblijf belastingplichtige in het buitenland
Eiser, samen met zijn echtgenote eigenaar van een woning in Nederland, is in 1996 naar Noorwegen vertrokken en heeft zich daar ingeschreven. Zijn gezin volgde in 2000. De woning in Nederland werd niet verhuurd maar slechts tijdelijk door de echtgenote gebruikt tijdens bezoeken aan Nederland. De vraag was of deze woning als eigen woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 moest worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat het hoofdverblijf van eiser en zijn gezin in Noorwegen was en dat de woning in Nederland niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking stond. De toepassing van artikel 3.111, zesde lid, van de Wet, dat tijdelijke uitzendingen regelt, was niet van toepassing omdat het verblijf in Noorwegen permanent was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat de inspecteur het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verklaarde het bezwaar ongegrond en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De woning in Nederland wordt niet als eigen woning aangemerkt omdat het hoofdverblijf van eiser en zijn gezin in Noorwegen is.