ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6764
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.A. Vlietstra
- K. Wentholt
- W.P. Claus
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen niet doen van aanbod verblijfsvergunning op grond van pardonregeling
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet (WBV 2007/11). De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ontvankelijk is, ondanks dat het na de wettelijke termijn is ingediend, vanwege de onduidelijkheid die verweerder aanvankelijk heeft gecreëerd over de mogelijkheid tot bezwaar.
Inhoudelijk stelt de rechtbank vast dat eiser na 1 april 2001 aantoonbaar Nederland heeft verlaten en in België asiel heeft aangevraagd, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf. Eiser heeft aangevoerd dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn trauma en medische noodzaak, aanleiding geven tot afwijking van het beleid, maar de rechtbank wijst dit af omdat deze omstandigheden reeds in het beleid zijn betrokken of niet als bijzonder worden aangemerkt.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet doen van een aanbod op grond van de pardonregeling wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond verklaard.