ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6907
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- D.A. Schreuder
- E.A.W. Schippers
- Rechtspraak.nl
Schadeloosstelling onteigening Eendragtspolder voor waterberging zonder dwangbestemming
De zaak betreft een onteigening door het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) van gronden in de Eendragtspolder ten behoeve van de realisering van een grootschalige waterberging en recreatiegebied. De onteigening is gebaseerd op het bestemmingsplan Eendragtspolder, dat regionale waterbergingscapaciteit en recreatieve functies beoogt.
De kern van het geschil betrof de waardebepaling van de onteigende gronden. Gedaagde stelde dat sprake was van een dwangbestemming en dat de waarde van de gronden hoger moest worden vastgesteld dan de agrarische waarde, mede door het bestaan van een complex met de Zuidplaspolder. De deskundigen en de rechtbank concludeerden echter dat geen sprake was van een dwangbestemming, omdat de gemeente Zevenhuizen zelf het beleid voerde om verdichting tegen te gaan en de exacte situering van de waterberging niet vooraf was vastgesteld door rijk of provincie. Ook werd geen complex vastgesteld omdat de waterberging een zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling vormt.
De deskundigen bepaalden de waarde van de gronden op € 8,50 per m² agrarische waarde, wat door de rechtbank werd gevolgd. Bijkomende schade wegens waardevermindering van het overblijvende perceel werd vastgesteld op € 2.000,--. De pachter [interveniënten D] kreeg geen vergoeding voor schade wegens beëindiging van de pachtovereenkomst, omdat deze overeenkomst een contractuele opzeggingsmogelijkheid bevatte en de pachter bij aankoop al de agrarische waarde had ontvangen.
De rechtbank veroordeelde het BBL tot betaling van de schadeloosstelling van € 300.364,50 inclusief voorschot, rentevergoeding, vergoeding van proceskosten, deskundigenkosten en juridische bijstandskosten. Tevens werd een nieuws- en advertentieblad aangewezen voor publicatie van het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank stelt de schadeloosstelling vast op € 300.364,50 inclusief rente en veroordeelt het BBL tot betaling van kosten en bijkomende schade.