ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over maandelijkse verrekening rekening-courantverhoudingen binnen concern en vorderingen curator in faillissement
De curator in het faillissement van [BV 1] vordert betaling van grote bedragen van de groepsmaatschappijen [BV 2] en Holding, waarbij discussie bestaat over de rechtsgeldigheid van de maandelijkse verrekening van rekening-courantsaldi binnen de concernstructuur en de verjaring van vorderingen.
De rechtbank stelt vast dat tussen de groepsmaatschappijen een meerpartijenovereenkomst tot periodieke verrekening bestond, waarbij Holding als clearing house fungeerde. Deze maandelijkse verrekening, afgesproken in mei 2000 en vanaf september 2000 toegepast, is rechtsgeldig en voldoet aan de statutaire vereisten. De curator kon de vorderingen tijdig stuiten, waardoor verjaring niet is ingetreden.
De curator verwijt Holding onzorgvuldig bestuur, waaronder het te laat beëindigen van activiteiten en het afwentelen van verhaalsrisico's op handelscrediteuren. De rechtbank oordeelt echter dat Holding niet persoonlijk verwijtbaar is en dat er geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ook de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen. De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere specificaties van rekening-courantmutaties na faillissement.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en houdt de zaak aan voor nadere specificatie van het actuele rekening-courantsaldo.