ECLI:NL:RVS:2010:BL7404
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering ambtshalve verblijfsvergunning op grond van Regeling afwikkeling nalatenschap vreemdelingenwet
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris om geen ambtshalve aanbod te doen op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap vreemdelingenwet. De rechtbank had dit bezwaar gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een toets op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven).
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat een dergelijke toets niet past binnen het generieke karakter van de Regeling en de uitvoerbaarheid zou bemoeilijken. De Raad van State overwoog dat de omstandigheden waarop de vreemdeling zich beroept onder artikel 8 EVRM Pro buiten het bereik vallen van de ambtshalve verblijfsvergunning onder de Regeling. De vreemdeling kan zijn rechten op grond van artikel 8 EVRM Pro via een reguliere aanvraag doen gelden.
Verder werd geoordeeld dat de door de vreemdeling aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals het slachtoffer zijn van de Schipholbrand, niet binnen de strekking van de Regeling vallen en dus geen afwijking op grond van artikel 4:84 Awb Pro rechtvaardigen. Ook werd geen ongelijkheid in behandeling vastgesteld.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.