ECLI:NL:RBSGR:2010:BN0325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Timmermans
- A.S.I. van Delden
- B. Bastein
- Rechtspraak.nl
Verkrachting door verdachte van zijn toenmalige echtgenote in gezamenlijke woning
Op 20 februari 2008 heeft verdachte zijn toenmalige echtgenote in hun gezamenlijke woning verkracht. Hoewel zij op dat moment uit elkaar waren, woonden zij nog samen. De verkrachting vond plaats in de slaapkamer, waarbij verdachte geweld gebruikte door haar op het bed te duwen, haar broek naar beneden te trekken, tape op haar mond te plakken en zijn hand op haar mond te drukken.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de aangifte van het slachtoffer, het aantreffen van tape in de woning, en het digitale onderzoek waaruit bleek dat verdachte de dag ervoor websites met verkrachtingsmateriaal had bezocht. Verdachte ontkende het gebruik van geweld en stelde dat de seksuele handelingen consensueel waren.
De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en vond voldoende objectief bewijs. Gezien de ernst van het feit, maar ook de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn schulden en het feit dat hij reeds therapie volgt, legde de rechtbank een werkstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
De rechtbank benadrukte de impact van het delict op het slachtoffer en de noodzaak van een straf die herhaling voorkomt, mede gezien het contact tussen verdachte en slachtoffer vanwege hun kinderen. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 120 uur werkstraf wegens verkrachting van zijn toenmalige echtgenote.