ECLI:NL:RBSGR:2010:BN0582
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen maatregel vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting naar China
Eiseres, van Chinese nationaliteit, werd op 12 juni 2010 onderworpen aan een maatregel van vreemdelingenbewaring door de Minister van Justitie. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 21 juni 2010.
Eiseres voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar China bestond, omdat toezeggingen van de Chinese consul tot afgifte van laisser passers (lp’s) niet automatisch zouden leiden tot daadwerkelijke uitzetting. Zij stelde dat slechts één van de achttien toegezegde lp’s betrekking had op een ongedocumenteerde persoon, waardoor het zicht op uitzetting onvoldoende was.
De rechtbank stelde vast dat de Chinese consul in mei toezeggingen had gedaan voor de afgifte van achttien lp’s voor onvoldoende dan wel niet gedocumenteerde Chinese onderdanen. Dit werd gezien als een zodanige verandering in de opstelling van de Chinese autoriteiten dat er nu wel zicht op uitzetting bestaat. De eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin slechts twee lp’s waren toegezegd en het zicht op uitzetting werd verworpen, werd hierdoor achterhaald.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 en dat de belangenafweging geen aanleiding gaf tot opheffing van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard vanwege zicht op uitzetting naar China.