ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1664
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit overdracht asielzoekster aan Griekenland wegens schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiseres, een Somalische asielzoekster, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat Griekenland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat Nederland verantwoordelijk is omdat het verzoek om overname buiten de termijn van drie maanden was gedaan en dat de overdracht aan Griekenland zou leiden tot schending van haar rechten, onder meer vanwege de slechte opvang en detentieomstandigheden in Griekenland.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van drie maanden aanvangt op de datum waarop het asielverzoek formeel is ingediend (18 mei 2009) en dat het verzoek om overname binnen die termijn is gedaan. De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen jegens haar niet zou nakomen, hoewel zij diverse rapporten en jurisprudentie aanvoerde die problemen in Griekenland aantoonden.
Echter, gelet op een interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 3 juni 2010, waarin werd erkend dat overdracht aan Griekenland mogelijk leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro, en een brief van verweerder van 11 juni 2010, oordeelde de rechtbank dat verweerder niet langer met een algemeen beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag volstaan. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro) en het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb Pro). Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Griekenland wordt vernietigd wegens strijd met motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel.