ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3866
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en voorlopige voorziening voor alleenstaande minderjarige asielzoeker
Verzoeker, een alleenstaande minderjarige vreemdeling uit Afghanistan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die werd afgewezen door verweerder. Verzoeker stelde dat hij niet persoonlijk was gehoord door een gespecialiseerde hoorambtenaar zoals vereist volgens de Procedurerichtlijn, en dat hij risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder had voldaan aan de opleidingseisen voor contactambtenaren en dat verzoeker terecht was gehoord. Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker geen documenten kon overleggen ter onderbouwing van zijn identiteit en reisroute, en dat dit hem redelijkerwijs kon worden tegengeworpen. Het relaas van verzoeker werd als vaag, tegenstrijdig en ongeloofwaardig beoordeeld.
Verder concludeerde de rechtbank dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op ernstige schade conform artikel 3 EVRM Pro of artikel 15c van de Definitierichtlijn. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.